Richtlijnen loggers

(02-11-2016)
Als in onderstaande tekst tegenstrijdigeheden staan met de meest recente versie van de SC3 dan is de meest recent versie van de SC3 leidend.

(04-03-2016)
Richtlijnen voor het vliegen van Nederlandse records met gebruik van GNSS vluchtrecorders

Algemeen:
Deze richtlijn is opgesteld door de KNVvL, Commissie Sportzaken, Subcommissie Zweefvliegen met medewerking van enige ervaren zweefvliegers.

Alleen door IGC goedgekeurde vluchtrecorders voor “alle vluchten” mogen worden gebruikt en kunnen worden gevonden bij IGC recorders
De installering van vluchtrecorders moet voldoen aan de betreffende goedkeuringsrapporten; het gebruik moet voldoen aan de actuele versie van de Code Sportif.

De vluchtuitvoering moet voldoen aan de Procedure voor Recordvluchten
De geodetische datum van de vluchtrecorder dient ingesteld te zijn op WGS84.
De hieronder gegeven richtlijnen komen overeen met die van de Code Sportif.
Het correcte gebruik van vluchtrecorders laat zich verdelen in drie aspecten:

Vóór de vlucht:
1        De correcte mechanische plaatsing van de vluchtrecorder moet door de sportcommissaris gecontroleerd worden.
2        Nadat de vluchtrecorder in het vliegtuig is geplaatst moeten vlieger en vliegtuig tot aan de start onder toezicht blijven van de sportcommissaris. Alternatief kan de sportcommissaris de vluchtrecorder eenduidig verzegelen aan een niet uitneembaar deel van de constructie van het vliegtuig.
3        Bij gebruik van een vluchtrecorder in een motorzwever moet deze zijn voorzien van een motorloopsensor; alternatief kan de motor tegen gebruik eenduidig worden verzegeld. Bij gebruik van een recorder met trillingsopnemer moet motorvibratie goed naar deze opnemer wordt overgebracht. Bij gebruik van een recorder met een geluidssensor moet het geluid van de motor goed tot deze sensor kunnen doordringen.
4        De beschrijving van de vlucht vindt plaats op het vluchtdeclaratieformulier. De vluchtopdracht en andere kenmerkende gegevens worden tevens digitaal vastgelegd in de vluchtrecorder met daarbij automatisch de declaratietijd; deze opdracht is bepalend voor de vluchtuitvoering en de beoordeling ervan. Het declaratieformulier moet door de verantwoordelijke sportcommissaris op meerdere plaatsen worden getekend.

Tijdens de vlucht:
5    De antenne van de GPS ontvanger moet zodanig zijn geplaatst dat ook tijdens het cirkelen in de thermiek een optimale signaalsterkte is gegarandeerd.
6     Behalve een GPS antenne, een externe voeding en een NMEA verbinding naar de vluchtcomputer mogen er geen andere verbindingen met de vluchtrecorder bestaan.
7    Voor motorzwevers met een bedrijfsklare motor wordt aanbevolen een duidelijke registratie van motorloop direct vóór aanvang van de prestatievlucht op te wekken. Hiertoe moet de motor gedurende korte tijd in bedrijf worden gesteld alvorens wordt afgevlogen. Tijdens de gehele vlucht moet tevens een laag achtergrondsignaal worden opgewekt waaruit na de vlucht blijkt dat de motorloopregistratie goed heeft gefunctioneerd.
8    De vluchtuitvoering (voor vrije vluchten en vaste vluchten) is beschreven in de Procedure voor Recordvluchten.

Na de vlucht:
9      De sportcommissaris moet o.a. de plaats van de landing, de landingstijd en de QNH volgens de hoogtemeter van het vliegtuig op het vluchtdeclaratieformulier noteren.
10     De sportcommissaris moet de eventueel op de vluchtrecorder aangebrachte verzegeling op onverbroken status controleren.
11     Geschikte publieke software moet worden gebruikt om de vluchtgegevens na de vlucht uit de betreffende vluchtrecorder te downloaden en de conversie naar het igc formaat te maken. De sportcommissaris is verantwoordelijk voor het correcte downloaden van de vluchtgegevens uit de gebruikte vluchtrecorder en tekent hiervoor af op het declaratieformulier.
12     De barograaffunctie moet beschikbaar zijn voor de controle van het maximaal toegelaten hoogteverschil tussen start en finish. Dit hoogteverschil wordt gecorrigeerd voor het drukverschil tussen start en landing. Een geldig ijkbarogram moet daartoe worden bijgeleverd.
13     Via downloading en conversie moet de z.g. igc file vanuit de logger op een laptop of PC worden opgeslagen. Tesamen met het volledig ingevulde en getekende vluchtdeclaratieformulier, een copie van het ijkbaragram en de FAI aanvraagdocumenten voor records A t/m E (voor zover van toepassing) uit de Code Sportif SC3 moet deze z.g. GNSS file binnen 6 weken naar het adres worden gestuurd dat op het vluchtdeclaratieformulier voor records is aangegeven. Het dragermedium moet daarbij van een gebruikelijk type zijn zoals een CD, memory stick etc. De sportcommissaris moet via parafering aangeven dat het hier de originele file betreft. Het kan voorkomen dat deze door beschadiging opnieuw moet worden aangeleverd; het is dus raadzaam het origineel enige tijd zorgvuldig te bewaren. Binnen 4 dagen na het vliegen van een rekord moet deze per e-mail of brief worden aangemeld. Bij deze vooraanmelding is het gewenst de logfile mee te sturen opdat een voorlopig resultaat kan worden bepaald en als zodanig opgenomen in de lijst met records.

Vluchtverificatie:
Vluchtverificatie vindt plaats door de Commissie Sportzaken, Subcommissie Zweefvliegen met behulp van daarvoor geschikte software zoals het programma SeeYou.

Internationaal gebruikte afkortingen:

FAI  =  Federation Aeronautique Internationale      IGC =   International Gliding Commission
GNSS  =  Global Navigation Satellite System         FR  =   Flight Recorder (vluchtrecorder)
OO     =   Official Observer  (sportcommissaris)    NAC =   National Airsport Control
(dit document werd oorspronkelijk samengesteld door kpt, hlw, mlb, bh, sm en later ge-update ook door anderen)