Browser Tip

Door gelijktijdig 'CTRL met +' in te toetsen vergroot je het browser scherm. Door gelijktijdig 'CTRL met -' in te toetsen verklein je het browser scherm.

Aangesloten bij:















Website door:

Richtlijnen voor brevetvluchten met FAI goedgekeurde vluchtrecorders (versie 06/01/05)

Algemeen:
Deze richtlijn is opgesteld door de KNVvL, Commissie Sportzaken, Subcommissie Zweefvliegen met medewerking van enige ervaren zweefvliegers.

Het doel van deze richtlijn is duidelijkheid te scheppen voor zowel zweefvlieger als sportcommissaris in het gebruik van digitale vluchtrecorders bij FAI brevetvluchten.

PrincipiŽel geldt dat alle door IGC goedgekeurde vluchtrecorders voor brevetvluchten mogen worden gebruikt.

Gedetailleerde gegevens over door IGC goedgekeurde vluchtrecorders kunnen worden gevonden op het Internet onder de FAI-link: www.fai.org/page/igc-documents

De installering en het gebruik van vluchtrecorders dient in overeenstemming te zijn met de betreffende goedkeuringsrapporten die gevonden kunnen worden onder de FAI-link:www.fai.org/page/igc-documents
Het gebruik van vluchtrecorders moet tevens voldoen aan de Code Sportief Sectie3. Deze is te vinden onder de FAI-link: www.fai.org/page/igc-documents
De geodetische datum van de vluchtrecorder dient ingesteld te zijn op WGS84.

De hieronder gegeven richtlijnen zijn van bovenstaande FAI bronnen afgeleid.

Het correcte gebruik van vluchtrecorders laat zich verdelen in drie aspecten:

Voor de vlucht:

  1. De correcte mechanische plaatsing van de vluchtrecorder moet door de sportcommissaris gecontroleerd worden.
  2. Nadat de vluchtrecorder in het vliegtuig is geplaatst moeten vlieger en vliegtuig tot aan de start onder toezicht blijven van de sportcommissaris. Alternatief kan de sportcommissaris de vluchtrecorder eenduidig verzegelen aan een niet uitneembaar deel van de constructie van het vliegtuig.
  3. Bij gebruik van een vluchtrecorder in een motorzwever moet deze zijn voorzien van een motorloopsensor; alternatief kan de motor tegen gebruik worden verzegeld. Bij gebruik van een recorder met trillingsopnemer moet er een goed mechanisch contact zijn tussen de recorder en de structuur van het vliegtuig zodat motorvibratie goed wordt overgebracht. Bij gebruik van een recorder met een geluidssensor moet het geluid van de motor goed tot de sensor van de recorder kunnen doordringen.
  4. De declaratie van de brevetvlucht (met coordinaten van de opdracht) vindt plaats in de logger. Op het vluchtdeclaratieformulier wordt vermeld dat de declaratie in de logger heeft plaatsgevonden. De coordinaten van de opdracht behoefen dan nadien niet op het vluchtdeclaratieformulier te worden ingevuld. (verwijzen naar loggerfile). Bij voorkeur wordt de declaratie niet middels het vluchtdeclaratieformulier vastgesteld. Indien wel, dan dient deze voorafgaand aan de vlucht te worden ingevuld en door een sportcommissaris te worden getekend. Laatste tijdstip declaratie logger of declaratie middels vluchtdeclaratieformulier is bepalend. Coordinaten dienen (verplicht !!) opgegeven te worden in het volgende formaat: graden, minuten en decimale (drie posities) minuten.
  5. De sporttcommissaris moet o.a. de startlocatie, de starttijd en de QNH volgens de hoogtemeteraanwijzing van het betreffende vliegtuig op het vluchtdeclaratieformulier noteren.

Tijdens de vlucht:

  1. De antenne van de GPS ontvanger moet zodanig zijn geplaatst dat ook tijdens het cirkelen in de thermiek een optimale signaalsterkte is gegarandeerd.
  2. Behalve een GPS antenne, een externe voeding en een NMEA verbinding mogen er geen andere zaken op de vluchtrecorder worden aangesloten
  3. Voor motorzwevers met een bedrijfsklare motor kan een duidelijke registratie van motorloop direct vůůr aanvang van de brevetvlucht worden opgewekt, maar dit is niet verplicht. Tijdens de gehele vlucht moet een laag achtergrondsignaal worden opgewekt waaruit blijkt dat de motorloopregistratie goed functioneert.

Na de vlucht:

  1. De sportcommissaris moet o.a. de plaats van landing, de landingstijd en de QNH volgens de hoogtemeter van het vliegtuig op het vluchtdeclaratieformulier noteren.
  2. De sportcommissaris moet de eventueel op de vluchtrecorder aangebrachte verzegeling op onverbroken status controleren.
  3. De software van de vluchtrecorderfabrikant moet worden gebruikt om de vluchtgegevens na de vlucht uit de betreffende vluchtrecorder te downloaden, het bestand op integriteit te checken en de conversie naar het igc formaat te maken. De sportcommissaris voert het downloaden uit. Hij mag het downloaden aan iemand anders overlaten, doch het gehele proces dient onder diens verantwoording te geschieden. De vluchtrecorder moet worden gedownload terwijl deze zich nog in het vliegtuig bevindt; alternatief mag de vluchtrecorder door of onder verantwoording van de sportcommissaris eerst naar een andere plaats zijn overgebracht.
  4. De barograaffunctie moet beschikbaar zijn voor de controle van het maximaal toegelaten hoogteverschil tussen start en finish en voor de hoogteregistratie bij hoogtevluchten. Het hoogteverschil wordt gecorrigeerd voor het drukverschil tussen start en landing. Voor brevethoogtevluchten moet een geldig ijkbarogram worden bij- of nageleverd
  5. Indien technisch mogelijk moeten zowel de binaire file als de igc file naar een gegevensdrager (floppy, usb-stick, memory-card) worden gekopieŽrd. Aanmelding van de vlucht en uploaden (verzenden) van de igc en binaire logger file geschied vervolgens middels het Online Aanmeldings formulier op de website van de CSZ. Het door de vlieger en sportcommissaris ondertekende vluchtdeclaratieformulier wordt vervolgens nagezonden aan:
    Secretariaat Zweefvliegen
    sport-brevetten
    Postbus 618
    6800 AP Arnhem

De vlieger blijft verantwoordelijk voor het het bewaren van zijn IGC/Binaire logger file tenminste tot datum erkenning brevetvlucht.

Vluchtverificatie:

Vluchtverificatie vindt plaats door de Commissie voor Sportzaken, Subcommissie Zweefvliegen met behulp van hiervoor geschikte software, zoals SeeYou, StrePla, XCPAS etc.

Onder de FAI-link, http://www.fai.org/gliding/gnss/gnss_analysis_software.html , worden eveneens verschillende andere programmaís genoemd, zoals TaskNav, Taskfinder, IGCview etc. die voor vluchtverificatie evenzo geschikt kunnen zijn.

Internationaal gebruikte afkortingen:

FAI = Federation Aeronautique Internationale
IGC = International Gliding Commission
GNSS = Global Navigation Satellite System
FR = Flight Recorder (vluchtrecorder)
OO = Official Observer (sportcommissaris)
NAC = National Airsport Control (CSZ namens de KNVvL)
Dit document is samengesteld door kpt, hlw, mlb, bh, sm, 15 feb í99, update 09/12/2017